Artikel 05. Duur en verbruik van Reclamecontracten
5.1.
Een reclamecontract wordt schriftelijk aangegaan voor de duur zoals bij overeenkomst bepaald. Is omtrent de duur niets afgesproken dan wordt een duur van twaalf maanden geacht te zijn overeengekomen.
5.2.
Wordt een reclamecontract aangegaan voor een duur langer dan twaalf opeen-volgende maanden, dan is de media-exploitant gerechtigd de berekening van de reclametarieven, in relatie tot een daaraan jaarlijks verbonden volume aan reclame-ruimte (staffelkortingen), per kalenderjaar uit te voeren en dienovereenkomstig te factureren, tenzij tussen partijen schriftelijk anders is overeengekomen.
5.3.
Een reclamecontract zal echter steeds geacht worden te zijn geëindigd, zodra de in het reclamecontract genoemde reclameruimte door plaatsing is verbruikt.
5.4.
Een reclamecontract, dat na het verstrijken van de overeengekomen duur niet wordt opgezegd, wordt alleen stilzwijgend verlengd, indien dat bij het aangaan ervan uitdrukkelijk en schriftelijk is overeengekomen.
5.5.
Indien de overeengekomen reclameruimte niet volledig of tijdig is of zal zijn afgenomen, wordt de duur van de overeenkomst eenmaal voor ten hoogste twee maanden verlengd voor plaatsing van het restant ervan.
5.6.
De duur van het reclamecontract, niet zijnde een reclame plaatsingsopdracht, gaat in op de datum van totstandkoming van het reclamecontract.
5.7.
De datum, waarop de schriftelijke bevestiging van het aangaan van een reclamecontract door een media-exploitant wordt verzonden, wordt geacht nooit meer dan drie werkdagen voorafgaand aan de datum van ontvangst door de adverteerder te liggen.