Artikel 07. Tussentijdse beëindiging van reclamecontracten
7.1.
Indien de adverteerder de verplichting tot plaatsing van reclame-uitingen voor overeengekomen reclameruimte niet nakomt, kan ontslag van die verplichting alleen plaatsvinden, indien daarvoor naar het oordeel van de media-exploitant gegronde redenen aanwezig zijn. In dit geval zal door de adverteerder het verschil tussen het oorspronkelijk overeengekomen tarief en het tarief dat hoort bij de feitelijk afgenomen reclameruimte worden voldaan. Onder gegronde redenen wordt verstaan: wijziging in de omstandigheden van de adverteerder van onvoorzienbare aard, die maken dat redelijkerwijze niet kan worden verlangd dat de overeengekomen reclameruimte verder ter plaatsing wordt gegeven.
7.2.
Indien een media-exploitant gegronde redenen als bedoeld in lid 1 niet aanwezig acht, kan de adverteerder het bestuur verzoeken het aldaar bedoelde ontslag te verlenen indien blijkt dat de media-exploitant kennelijk onredelijk zou handelen.
Het bestuur beslist zo spoedig mogelijk en heeft de bevoegdheid aan zijn beslissing voorwaarden te verbinden.
7.3.
Indien een reclamecontract door een reclamebemiddelaar niet wordt nagekomen vanwege het faillissement, een verleende surseance van betaling of de liquidatie of stillegging van de ondernemingsactiviteiten van de adverteerder, zijnde de opdrachtgever van de reclamebemiddelaar, is het bepaalde in artikel 7.1. en 7.2. van overeenkomstige toepassing.
7.4.
Indien de media-exploitant tussentijds de reclametarieven van de reclamecontracten verhoogt, is de adverteerder gerechtigd het contract tussentijds te beëindigen zonder dat er sprake is van bijbetaling of vergoeding van schade.