Artikel 09. Herkenbaarheid van reclame-uitingen
9.1.
Media-exploitanten en adverteerders mogen niet meewerken aan het plaatsen van reclame-uitingen aangaande de producten of diensten van de adverteerders in de redactiegedeelten van het medium, behoudens ingeval zuivere redactionele overwegingen aan de orde zijn.
9.2.
Indien de reclame-uitingen van een adverteerder, hetzij qua vorm en inhoud hetzij als gevolg van de context waarin deze uitingen worden geplaatst, dusdanig zijn dat dientengevolge verwarring met de redactionele inhoud van enig medium redelijkerwijs verwacht moet worden, zijn media-exploitanten en adverteerders ertoe gehouden dusdanige reclame-uitingen te voorzien van:
a. een duidelijke en steeds in één oogopslag waarneembare vermelding van het woord "advertentie" of "reclame”of “reclameboodschap" of een soortgelijke aanduiding; en
b. een vormgeving die in één oogopslag kan worden herkend als afwijkend van de vormgeving van het redactionele deel van het medium; en
c. een duidelijke en steeds in één oogopslag waarneembare vermelding van handelsnaam en/of merk van de adverteerder en/of van het product of de dienst, aangeprezen in de reclame-uiting.
9.3.
In de reclame-uitingen van de adverteerder mag zonder toestemming van de media-exploitant geen gebruik worden gemaakt van de titel en/of het logo of andere onderscheidingstekenen van het medium. Ook mag geen direct verband worden gelegd tussen het medium en de onderneming en/of de producten/diensten van de adverteerder.
9.4.
Het is media-exploitanten niet toegestaan enige advertentie voor derden te plaatsen zonder daartoe opdracht te hebben verkregen van of namens de adverteerder, tenzij in gevallen van overmacht.