Artikel 01. Preambule en Inleidende bepalingen
Preambule
Het bestuur van de Stichting ROTA, gevestigd te Amsterdam, in aanmerking nemende:
dat de Stichting ROTA in het Benelux-Merkenregister het depot heeft verricht van het collectieve merk
RO
erkenning
TA
hierna aangeduid als het Merkteken, voor de diensten "Advertentiebemiddeling en reclame, verspreiding van reclamemateriaal, handelsinformatie, marktbewerking, onderzoek en -analyse en opiniepeilingen en administratieve diensten verricht door een reclamebureau" (Klasse 35 van de Internationale Classificatie van Waren en Diensten, Overeenkomst van Nice) heeft, gelet op het bepaalde in artikel 3.3. aanhef sub b van de statuten van de Stichting ROTA, het navolgende reglement op het gebruik en het toezicht van het vorenbedoelde collectieve merk, als bedoeld in artikel 21 van de Benelux Merkenwet, vastgesteld.
Artikel 1. Inleidende bepalingen
1.1.
Het bestuur van de Stichting ROTA is bevoegd het recht tot het gebruik van het Merkteken voor de diensten, zoals genoemd in de preambule van dit reglement, in de Benelux met inachtneming van de bepalingen van dit reglement toe te kennen voor een bepaalde tijd van ten hoogste tien jaren, telkens stilzwijgend te verlengen voor een gelijke duur, aan natuurlijke personen of rechtspersonen die een onderneming drijven, waarin diensten worden verricht, die aan de in artikel 2, 3 en 6 van dit reglement te noemen kenmerken voldoen.
1.2.
Aan het Bestuur van de Stichting ROTA komt de bevoegdheid toe in overeenstemming met de taken en de werkwijze, zoals beschreven in dit Reglement Erkenningen, dat door het Bestuur is vastgesteld.
1.3.
De natuurlijke personen of rechtspersonen die bevoegd zijn of worden verklaard tot het gebruik van het Merkteken, zijn gerechtigd dit Merkteken aan te wenden ter onderscheiding van de diensten, waarvoor het Merkteken dient, in reclame-uitingen, prijslijsten, folders, rekeningen en/of briefpapier. De in lid 1 bedoelde natuurlijke personen of rechtspersonen worden hierna aangeduid als erkenninghouder.
1.4.
Erkenninghouders zijn verplicht voor het recht tot gebruik van het Merkteken aan de Stichting ROTA een jaarlijkse vergoeding te voldoen. De jaarlijkse vergoeding is met ingang van het jaar 2001 steeds verschuldigd door de erkenninghouder. De vergoeding wordt voldaan binnen 30 dagen na de factuurdatum. Wordt een erkenning verleend gedurende de tweede helft van enig kalenderjaar, dan is de desbetreffende erkenninghouder voor dat kalenderjaar de helft van de hier bedoelde vergoeding verschuldigd. Het bestuur van de Stichting ROTA stelt jaarlijks in december het bedrag van de jaarlijkse vergoeding voor het daaropvolgende kalenderjaar vast en maakt de vaststelling schriftelijk bekend aan alle erkenninghouders. Deze jaarlijkse vaststelling van de vergoeding is door een ieder kosteloos opvraagbaar bij de Stichting ROTA.
1.5.
De erkenninghouder is niet bevoegd het recht tot gebruik van het Merkteken aan een derde over te dragen of aan een derde een licentie hiervan te verlenen.
1.6.
De erkenninghouder is slechts bevoegd tot het gebruik van het Merkteken voor de in de preambule genoemde diensten, indien deze aan de vereisten voldoen, zoals omschreven in artikel 2, 3 en 6 van dit reglement op het gebruik en het toezicht van het Merkteken.
1.7.
Artikel 1 (Definities) van de Regelen is op de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing.