Hoofdstuk 2 - Vaststelling van het reglement ...
Hoofdstuk 2
Vaststelling van het Reglement omtrent de behandeling van klachten door het Bestuur(Het Klachtenreglement Reclamewezen)
2.1.
Artikel 1 (Definities) van de Algemene Voorwaarden voor Reclame en Reclamecontracten, hierna te noemen De Regelen, is op het onderhavige Klachtenreglement Reclamewezen van overeenkomstige toepassing.
2.2.
Elk handelen of nalaten door een media-exploitant of een (tijdelijk) erkenninghouder in strijd met hetgeen is bepaald in De Regelen en/of daarmee verband houdende is niet toegestaan. Iedere media-exploitant en/of (tijdelijk)erkenninghouder, die partij is bij een reclamecontract, waarop De Regelen mede, geheel of gedeeltelijk van toepassing zijn, kan met het verzoek om een bindend advies een klacht indienen bij het bestuur. Wordt het verzoek door slechts één partij bij een dergelijk reclamecontract ingediend, dan neemt het bestuur de klacht niet in behandeling, dan nadat de andere partij daarmee schriftelijk tegenover de klager of tegenover het bestuur heeft ingestemd.
2.3.
a. Klachten dienaangaande bevatten een duidelijke, feitelijke omschrijving, die schriftelijk wordt toegezonden aan de directeur van de Stichting.
b. Indiening van een klacht moet geschieden binnen drie maanden nadat een in het tweede lid bedoeld handelen of nalaten plaatsvond, dan wel binnen drie maanden nadat een klager van een dergelijk handelen of nalaten redelijkerwijs kennis kon dragen of had behoren te dragen.
Een niet binnen de in de vorige volzin bedoelde termijn ingediende klacht is niet-ontvankelijk, tenzij de klager ten genoegen van het Bestuur aantoont dat het indienen van de klacht na het verstrijken van die termijn is veroorzaakt door feiten en omstandigheden, waarop de klager geen invloed zou hebben kunnen uitoefenen.
2.4.
Het Bestuur kan binnengekomen klachten zonder meer ter zijde leggen, indien hij van oordeel is dat de klacht op zich zelve zodanig is, dat deze, zelfs indien deze gegrond mocht blijken, niet tot enig ingrijpen aanleiding zal geven.
2.5.
Klager en beklaagde, door het Bestuur opgeroepen te verschijnen, zijn verplicht persoonlijk aan deze oproep gevolg te geven. Ieder van hen heeft echter het recht zich door een raadsman te doen vergezellen. Verschijning bij gemachtigde is uitsluitend toegestaan na voorafgaande schriftelijke toestemming van de voorzitter van het Bestuur.
2.6.
Klager en beklaagde zullen door het Bestuur in de gelegenheid worden gesteld aanwezig te zijn bij het horen van getuigen, alsmede zelf getuigen te doen horen.
2.7.
Het Bestuur kan, in geval van overtreding van de in artikel 2.2. bedoelde bepalingen of bij niet-voldoening aan een in deze bepalingen opgenomen verplichting, ten aanzien van de betrokken media-exploitant een of meer van de navolgende beslissingen uitspreken:
i. verplichting tot vergoeding van de aangerichte schade en/of terugbetaling van de ten onrechte genoten voordelen;
ii. oplegging van een boete tot een maximum van € 13.600,-- te storten in de kas van de Stichting ROTA;
iii. berisping;
iv. bekendmaking van de uitgesproken beslissing van het Bestuur.
2.8.
Geen beslissing wordt door het Bestuur uitgesproken, dan nadat de beklaagde de tegen hem gerichte klacht behoorlijk omschreven, tijdig voor zijn verhoor schriftelijk is meegedeeld en hij terzake van de klacht is gehoord, althans behoorlijk tot dat verhoor is opgeroepen.
2.9.
Het Bestuur mag niet beslissen op stukken, waarvan de beklaagde geen kennis heeft kunnen nemen, tenzij deze uitdrukkelijk verklaart daartegen geen bezwaren te hebben.
2.10.
Leden van het Bestuur, die naar mening van het Bestuur belanghebbende zijn bij een in behandeling genomen klacht, mogen aan die behandeling niet deelnemen en kunnen worden vervangen door natuurlijke personen aan te wijzen door de overige leden van het bestuur.”
2.11.
Beslissingen van het Bestuur dienen met redenen te zijn omkleed en dienen duidelijk te vermelden welke bepalingen van de Regelen niet zijn nageleefd, welke de feiten zijn, waaruit het niet-naleven heeft bestaan en welke bewijsmiddelen zijn gebezigd.
2.12.
Van een uitgesproken beslissing van het Bestuur wordt door de secretaris van het Bestuur zo spoedig mogelijk schriftelijk bij aangetekend schrijven kennis gegeven aan de klager en beklaagde.
2.13.
Uitgesproken beslissingen van het Bestuur op een klacht zijn vatbaar voor beroep, als bepaald in hoofdstuk 3 van dit Huishoudelijk Reglement.
2.14.
De leden van het Bestuur zijn, ook na hun aftreden als zodanig, verplicht tot strikte geheimhouding van hetgeen hun bij de uitoefening van hun taak, zoals omschreven in dit hoofdstuk van het Huishoudelijk Reglement, bekend is geworden.
2.15.
Het Bestuur is bevoegd de in dit hoofdstuk voorkomende bedragen jaarlijks - steeds op 1 april van enig kalenderjaar - te verhogen met het percentage, waarmee in het voorafgaande kalenderjaar het indexcijfer voor consumentenprijzen, zoals te publiceren door het CBS, zal zijn gestegen. De verhoging blijft echter achterwege, indien dit percentage minder is dan 1. De verhoging wordt telkenmale afgerond op het meest nabij liggende veelvoud van € 50,--.
2.16.
De bepalingen van dit hoofdstuk van het Huishoudelijk Reglement van de Stichting ROTA kunnen worden aangehaald als “Het Klachtenreglement Reclamewezen”.