Artikel 03. Bijzondere kenmerken en voorwaarden
Artikel 3. Bijzondere kenmerken en voorwaarden
3.1.
De erkenninghouder draagt te allen tijde ervoor zorg dat zijn adviezen en diensten voldoen aan de grootst mogelijke mate van objectiviteit en dienstbaarheid aan diens adverteerder, ongeacht of en welke directe of indirecte (rechts-)verhouding de erkenninghouder op enig moment heeft met de adverteerder of de exploitatie van de reclamemiddelen.
3.2.
Het is de erkenninghouder niet toegestaan reclameruimte in de media van de media-exploitanten, anders dan op grond van reclamecontracten, direct of indirect zelfstandig en voor eigen rekening en risico te (her)exploiteren. Evenmin is de erkenninghouder op enigerlei wijze financieel betrokken bij de onderneming met een dergelijke (her)exploitatie van reclameruimte.
Solvabiliteit
3.3.
De erkenninghouder beschikt met inachtneming van het onderstaande over een eigen vermogen van ten minste:
i. €34.000,-- bij een jaaromzet van minder dan €1.350.000,--;
ii. €57.000,-- bij een jaaromzet van €1.350.000,-- tot €2.700.000,--
iii. €91.000,-- bij een jaaromzet van €2.700.000 tot €4.550.000,--;
iv. 2% van de jaaromzet bij een jaaromzet vanaf €4.550.000,-- tot €25.000.000,--;
v. 2% van de jaaromzet, dan wel een eigen en aansprakelijk vermogen van minimaal 30% van het balanstotaal, bij een jaaromzet vanaf €25.000.000,--, met dien verstande, dat onder omzet wordt verstaan de netto gefactureerde omzet van de erkenninghouder, de tijdelijk erkenninghouder en aanvrager in enig kalenderjaar.
Als eigen vermogen, daaronder begrepen garantievermogen, mag worden aangemerkt:
- het saldo volgens balans;
- een onherroepelijke (bank)garantie, mits daarvoor zekerheid van buiten de desbetreffende onderneming is gesteld met uitsluiting van regresrecht en van de bankgarantie, gesteld op grond van artikel 5.2. van dit Reglement;
- borgstellingen van derden, indien en voor zover de gegoedheid van deze derden eenvoudig aannemelijk kan worden gemaakt en door het bestuur op een eenvoudige wijze summierlijk is vast te stellen;
- vorderingsrechten van derden die zijn achtergesteld in overeenstemming met de door het bestuur te hanteren standaard “achterstellingverklaring” die is ondertekend namens de Stichting ROTA, de erkenninghouder c.q. aanvrager én deze derde(n). Genoemde standaard “achterstellingverklaring” wordt op eerste verzoek kosteloos toegezonden.
Niet tot het eigen vermogen worden gerekend:
- immateriële activa waaronder geactiveerde goodwill;
- belastingen over de ondernemingswinst voor zover niet in de balans opgenomen;
- borg- en achterstellingen of andere zekerheden gesteld ten behoeve van derden buiten de onderneming of buiten de eenheid van een concern van ondernemingen, waarover wordt gerapporteerd.
Liquiditeit
3.4.
De erkenninghouder beschikt over voldoende liquiditeit die met inachtneming van het onderstaande wordt bepaald. Het saldo aan liquide middelen (kas- en banksaldi, waardepapieren aan toonder) vermeerderd met het bedrag aan binnen één jaar opeisbare vorderingen plus het onderhanden werk minus het totaal van de binnen één jaar vervallende verplichtingen dient positief te zijn. Het voornoemde saldo vermeerderd met de (eventuele) kredietfaciliteit in rekening-courant (vrij opneembaar) moet minimaal gelijk zijn aan de inkoop van de gemiddelde maandomzet. Het totaal van de kredietfaciliteiten in rekening-courant, dat hierbij in aanmerking mag worden genomen, mag maximaal het maandgemiddelde van die inkoop bedragen.
Tot de vorderingen op korte termijn worden niet gerekend:
- voorraden;
- vorderingen op debiteuren, die op de balansdatum drie maanden of langer openstaan en waarvan vaststaat dat deze niet binnen drie maanden na balansdatum zijn of kunnen worden geïncasseerd. Uitzondering hierop vormen zodanige vorderingen op debiteuren, die tenminste voor 80% van de factuurwaarde gedekt zijn door een kredietverzekeringsovereenkomst, hetgeen ten genoegen van het bestuur door de erkenninghouder dient te worden aangetoond, mits de desbetreffende kredietverzekeraar de betaling van het verzekerde bedrag schriftelijk heeft geaccordeerd ofwel anderszins kan blijken dat uitbetaling door de kredietverzekeraar van het verzekerde bedrag op de datum van het opstellen van het rapportageformulier, als bedoeld in artikel 6.2. van dit Reglement, waarschijnlijk is. Indien aan deze voorwaarden voor uitzondering is voldaan, kan de desbetreffende vordering op een debiteur voor niet meer dan 80% van de openstaande factuurwaarde tot de vorderingen op korte termijn worden gerekend, ongeacht of de erkenninghouder te dien aanzien een aanspraak op restitutie van omzetbelasting zou toekomen;
- vorderingen op directieleden, aandeelhouders of groepsmaatschappijen dienen in mindering te worden gebracht op het bedrag aan binnen één jaar opeisbare vorderingen.
Tot de verplichtingen op korte termijn worden steeds gerekend:
- borgstellingen;
- te betalen inkomsten- of vennootschapsbelasting over ondernemingswinst van ondernemingen, zoals de eenmanszaak, de vennootschap onder firma, de commanditaire vennootschap en de maatschap, voor zover niet reeds onder de verplichtingen op korte termijn opgenomen;
- een kredietfaciliteit in rekening-courant op basis van zekerheden van buiten de desbetreffende onderneming, die als middellange lening is aan te merken.
Aflossingstermijnen op (middel)lange leningen, voor zover deze niet binnen het halfjaar vervallen, worden niet gerekend tot de verplichtingen op korte termijn.
3.5.
Indien een erkenninghouder tijdelijk niet kan voldoen aan het bepaalde in artikel 3.3. en/of 3.4. van dit Reglement, kan daarvoor in de plaats aan de Stichting ROTA een onherroepelijke bankgarantie worden gesteld. Het bedrag van de bankgarantie wordt door het bestuur vastgesteld en bedraagt een percentage van de bruto reclameomzet van het desbetreffende bureau over het laatste kalenderjaar.
3.6.
Een door een erkenninghouder op grond van het bepaalde in het vorige lid van dit artikel te stellen bankgarantie ten name van de Stichting ROTA, zal geschieden conform de bewoordingen van de door de Stichting ROTA opgestelde en gehanteerde standaard ROTA bankgarantie.
3.7.
Verdere afwijking van het bepaalde in artikel 3. is slechts mogelijk indien het bepaalde in artikel 5.3. toepassing vindt.