Artikel 08. Maatregelen en sancties
Artikel 8. Maatregelen en sancties
8.1.
Indien bij controle of onderzoek, als bedoeld in artikel 7., door het Bestuur wordt geconstateerd, dat de erkenninghouder in ernstige mate of zonder aantoonbaar uitzicht op herstel niet of niet langer voldoet aan de in artikel 2. en/of 3. van dit reglement gestelde kenmerken en eisen, dan is het Bestuur bevoegd - een en ander alleen na de erkenninghouder te hebben gehoord, althans deze daartoe behoorlijk te hebben opgeroepen - één of meer van de volgende maatregelen te nemen of sancties op te leggen aan de in overtreding zijnde erkenninghouder:
a. een waarschuwing, gepaard met een aanwijzing welke interne maatregelen door de erkenninghouder moeten worden genomen om in de toekomst aan de in artikel 2. van dit reglement gestelde kenmerken en eisen te kunnen voldoen;
b. publicatie of openbaarmaking in of via één of meer media van de media-exploitanten van de geconstateerde overtreding met vermelding van de naam van de in overtreding zijnde erkenninghouder;
c. overgaan tot onmiddellijke - al dan niet tijdelijke - beëindiging en intrekking van de aan de erkenninghouder verleende licentie of tijdelijke licentie en tot ontzegging van de bevoegdheid om vanaf een in de beslissing van het Bestuur te vermelden tijdstip gedurende een bepaalde of onbepaalde tijd het collectieve merk ROTA te gebruiken ter onderscheiding van de diensten van de onderneming van de erkenninghouder.
8.2.
Onverminderd op het bepaalde in artikel 8.1. kan het Bestuur, indien is gebleken dat de erkenninghouder niet langer voldoet aan het bepaalde in artikel 3. en 6. van dit reglement:
a. in gevallen waarin zij dit nodig oordeelt de financiële rapportageplicht, als bedoeld in artikel 6.1. aanhef sub b., 6.2., 6.3. en 6.4. van dit reglement uitbreiden. Indien en voor zover die uitbreiding verstrekking van interne financiële gegevens betreft, geldt daarvoor een termijn van maximaal zes weken na afloop van de periode waarover gerapporteerd moet worden;
b. de naam van een erkenninghouder die zijn financiële rapportage niet, niet tijdig, niet volledig of niet op de voorgeschreven wijze heeft verricht, terstond bekend maken aan de media-exploitanten;
c. de naam van een erkenninghouder meedelen aan de media- exploitanten, indien en zodra de erkenninghouder niet aan de vermogenseis en/of de liquiditeitseis, zoals bedoeld in artikel 3.3. en 3.4. van dit reglement voldoet, tenzij het Bestuur dit in verband met het marginale karakter van de afwijking en rekening houdende met de rentabiliteit van de onderneming van de erkenninghouder niet opportuun acht;
d. overgaan tot een mededeling aan de media-exploitanten ten aanzien van een erkenninghouder die weliswaar aan de financiële eisen van artikel 3. van dit reglement voldoet, maar van wiens onderneming de rentabiliteit negatief is en de verhouding vreemd/eigen vermogen volgens de terzake algemeen geldende opvattingen als slecht moet worden aangemerkt.
8.3.
Aangaande mededelingen van het Bestuur als bedoeld in dit artikel geldt, dat een mededeling aan de media-exploitanten wordt voorafgegaan door een schriftelijke mededeling aan de desbetreffende erkenninghouder onder vermelding, dat er sprake is van een liquiditeits- of een vermogenstekort, of van beide.
8.4.
Voor zover de desbetreffende erkenninghouder voor de financiering van de activiteiten van zijn onderneming gebruikmaakt van factoring of van bankkrediet, waarvan de hoogte fluctueert met de hoogte van de post debiteuren, kan door het Bestuur daarvan eveneens melding worden gemaakt, vooropgesteld dat aan het bepaalde in artikel 8.2. aanhef sub c. is voldaan.
8.5.
Halfmaandelijks maakt het Bestuur of een door haar aan te wijzen persoon aan de media-exploitanten bekend de namen van de erkenninghouders voor wier onderneming een betalingsachterstand van openstaande bedragen door de media-exploitanten is gemeld op grond van het bepaalde in artikel 7.3. van dit reglement. Deze bekendmaking geschiedt onder vermelding van het totale bedrag en de spreiding van dat bedrag over de achterstandsperioden 0 tot 4 weken, 4 tot 8 weken en meer dan 8 weken.
8.6.
In geval van geconstateerde niet naleving van de betalingstermijn, zoals bepaald in de Regelen kan het Bestuur van een erkenninghouder verlangen, voor zover zij dit nodig oordeelt, van de desbetreffende erkenninghouder informatie te ontvangen over de achterliggende redenen, het actuele betalingsgedrag en de (voor)genomen maatregelen ter vermijding van betalingsachterstand in de toekomst.
8.7.
Indien de in het vorige lid bedoelde betalingsachterstand van een erkenninghouder meer bedraagt dan het maandgemiddelde van de inkoop volgens de laatst bij het Bestuur bekende financiële gegevens, zal het Bestuur tevens informatie over de financiële positie van de desbetreffende erkenninghouder kunnen verlangen, tenzij sinds de periode waarover voor het laatst met RA- of AA-cijfers werd gerapporteerd, nog geen drie maanden zijn verstreken.
8.8.
Indien een erkenninghouder naar het oordeel van het Bestuur niet voldoende kredietwaardig is, kan het Bestuur bij wijze van voorlopige maatregel aan elke mededeling aan de media-exploitanten, als bedoeld in de vorige leden van dit artikel, het advies verbinden over te gaan tot het vorderen van vooruitbetaling van te plaatsen reclame-uitingen.