Artikel 10. Inbreuken
Artikel 10. Inbreuken
10.1.
De erkenninghouder is verplicht elke inbreuk op het collectieve merk, die hem ter kennis komt, mede te delen aan de Stichting ROTA.
10.2.
De erkenninghouder is desgevraagd bevoegd tezamen met de Stichting ROTA een vordering in te stellen tegen ieder die zonder daartoe te zijn gerechtigd gebruikmaakt van het collectieve merk ROTA of van een daarmee overeenstemmend teken, dan wel zich in een zodanig geding tussen de Stichting ROTA en de inbreukmaker te voegen of tussen te komen.
10.3.
Indien een erkenninghouder geen gebruik maakt van de in lid 2 van dit artikel bedoelde bevoegdheid, is de Stichting ROTA verplicht het bijzondere belang van elke erkenninghouder te laten gelden, en in haar eis tot schadevergoeding de bijzondere schade die één of meer erkenninghouders hebben geleden of zullen lijden, op te nemen.
10.4.
Elke erkenninghouder is bevoegd bij het Bestuur voorstellen in te dienen tot wijziging van dit reglement.